maandag 11 juni 2012

Water 2

Afgelopen week waren mijn twee broers en een zus met man en zoon op bezoek. Met zijn allen in de camper van mijn zus.
'Hoe is het eigenlijk met je pomp en de aanvoer van het water?' vroeg Mart, mijn zwager in de cave tijdens een rondgang door het huis.


'Er moet toch ergens een put zijn.'  We speculeerden op de mogelijke plekken waar de  put zich zou kunnen bevinden. Ik heb geen idee wat ik me bij een put in Frankrijk voor moet stellen.
'Vroeger maakte men al een put voordat met de bouw van het huis werd begonnen,' vertelde mijn oudste broer, 'Men had ook tijdens de bouw water nodig, waterleiding zoals we dat nu kennen was er nog niet en met een put had men al tijdens de bouw de beschikking over water.'
'Als ik naar de richting kijk die de loden pijp aan wijst die onder de pomp uit komt zou je denken dat hij hier naar links gaat.' merkte Mart op.  'Ik ga buiten, achter de deur een gat graven om te kijken of ik de pijp daar tegen kom.' Niet veel later ging de schop de grond in en na enig hakken en graven werd de loden pijp gevonden. Net buiten het huis maakte de pijp een bocht in de richting van de weg.
'Laten we een meter verderop nog een gat maken.' stelde Mart voor. En zo verschenen er meter na meter gaten in de grond en werd de loden pijp gevolgd helemaal naar de hoek van het huis. Toen daar gegraven werd bleek de oude regenafvoer stuk. De grond was zeiknat. 'Hier is de riolering lek,' meldde mijn oudste broer, 'dat moeten we wel repareren. Graven en helemaal bloot leggen.'
Bij de hoek van het huis maakte de de loden pijp een hoek van 90 graden richting de ingang van het terrein.  Plotsklaps kwamen we aan het einde van de loden pijp. Midden op het pad hield het op.
'Vorig jaar was er nog water, kon ik nog water pompen,' zei ik, 'Ik weet wel hoe het kan! Deze winter hebben ze nieuwe waterleiding naar het huis gebracht en onlangs zijn er nieuwe elektrische bedrading getrokken. In het dorp gaat alles onder de grond. Met het graven van de sleuven hebben ze de pijp kapot getrokken.' We waren in de war. Ongeveer tien meter hadden we de pijp kunnen volgen en nu waren we op een eindpunt aangekomen. 'Misschien was de put wel hier ergens en hebben ze met de graafmachine alles vernield. '  We besloten om in de richting die de pijp tot dat moment aan gaf verder te graven. Het eerste gat leverde niks op.



'Ja, die werkers kennen ook de prijs van lood, misschien hebben ze hem er wel gewoon uit getrokken.' zei mijn jongere broer. Een volgende gat, een meter verderop leverde aanvankelijk weinig op. Maar ik wilde niet opgeven en bleef dieper en dieper graven totdat ik op de loden pijp stuitte die we verder volgen konden. Enkele gaten verder stuitte mijn zwager met het los hakken van de grond op een grote steen. 'Ik denk dat we hem hebben.' riep hij. In flink tempo werd een grote platte steen bloot gelegd en schoon geveegd. Voorzichtig werd hij op zijn kant gezet. Vier koppen nieuwsgierig dichtbij om de eerste blikken in het gat te kunnen werpen.





'Prachtig, wat een mooie put. Kijk, helemaal gestapeld en zo te zien mooi schoon.'  Met een touw waaraan een stuk lood was bevestigd werd de diepte gemeten. We kwamen op drieeneenhalve meter. Het water stond op ongeveer 50 centimeter van de rand.  De volgende dag werd de kapotte riolering gerepareerd en een nieuwe pijp getrokken van de put naar de cave. Tegelijkertijd werd er een nieuwe aardpen in de put geslagen, volgens mijn oudste broer een hele goede plek om een aardpen te slaan. Daarna werden alle gaten weer dichtgegooid.




Geen opmerkingen: