donderdag 29 juli 2010

Tja

En toen kwam er een hele poos niks.
Het kan raar lopen! Deze winter ontplofte mijn relatie. En daarmee wordt Bellimont een heel ander verhaal.
Was de afgelopen tijd druk met orde scheppen in mijn leven. Geen tijd en zeker geen zin in het werken aan dit blog. Er lag nog een berg aan leuk materiaal van de afgelopen jaren maar daarover schijnt nu een heel ander licht. Belmont was een project van Lies en mij samen. Ik ga proberen er een nieuwe vorm aan te geven. Als ik die vorm gevonden heb zal ik zeker verder gaan met het blog want ik had er veel plezier in.

Hent

woensdag 17 februari 2010

Buurman Maurice 2

Onze boomgaard grenst aan de tuin van Maurice. Hij is een zeventigjarige gepenspioneerde vrachtwagenchauffeur met ADHD. Zijn vrouw Dédé heeft veertig jaar de enige kleine supermarkt in het dorp bezeten. De laatste jaren voor hun beider pensioenering en de verkoop van de winkel werkte Maurice voor zijn vrouw. Hij bezorgde de boodschappen, reed naar de groothandel en kletste met iedereen in het dorp en de omgeving.
Maurice kent iedereen en houdt alles in de gaten. Niet dat hij meteen over de heg hangt als we in Belmont arriveren maar als we hem na een paar dagen spreken weet hij precies te vermelden wanneer we aangekomen zijn en wat we zoal gedaan hebben. In Nederland zou ik het vreselijk vinden maar hier, met zo veel afstand tussen de huizen heb ik er geen last van, vind ik het zelfs prettig want hij let op mijn huis bij mijn afwezigheid.
Maurice maakt al sinds jaar en dag eau-de-vie van de peren uit onze boomgaard. In de herfst raapt hij de gevallen peren, gooit ze in grote blauwe tonnen, hakt ze de peren in stukken en laat het eindeloos gisten. Na een aantal maanden rijdt hij met zijn tonnen naar een mannetje. Over dat mannetje doet hij wat geheimzinnig. Het stoken van de eau-de-vie is niet helemaal legaal.
Volgens Maurice stond er vroeger elk jaar een gote vrachtauto met een enorm distilleerapparaat op het marktplein om voor iedere dorpsbewoner eau-de-vie te stoken. Op een geven moment heeft de overheid dat steeds verder afgeknepen. Alleeen de mensen die altijd al eau-de-vie maakten kregen nog een vergunning. Nieuwe vergunningen werden niet meer uitgegeven. Op een gegeven moment waren er slechts enkele oudjes over en was het voor de stoker niet langer interessant om naar het dopsplein af te reizen. Zo hield het legale stoken op en kan er door particulieren alleen nog illegaal gestookt worden.
Zelf drinkt Maurice nauwelijks want hij kan er niet zo goed tegen, maar hij vindt het leuk om flessen weg te geven. Toen ik met hem kennismaakte tijdens het eerste bezoek aan Belmont was het eerste wat hij aan Ineke vroeg die mij aan hem voorstelde: "Kent hij mijn eau-de-vie?"
Toen bleek dat dat niet het geval was snelde hij naar de garage van zijn typische strakke saaie jaren tachtig woning om me een fles zelfgestookte poire te overhandigen met de mededeling vooral rustig te drinken omdat het nogal scherp was.


Inderdaad nogal sterk ofwel vreselijk sterk. Niet puur te drinken. Wij gooien hem over ijs en maken in navolging van Ineke een grote pot fruit met eau-de-vie. Na een aantal maanden staan heerlijk in een heeeeeeel klein glaasje of over een toetje.

maandag 8 februari 2010

Buurman Maurice 1


Toen ik voor de technische keuring van het huis met Juk naar Belmont afreisde en de tuin inspecteerde hing Maurice over de heg. Ik had al kort kennis met hem gemaakt tijdens onze eerste week in Belmont. We schudden handen en ik stelde hem aan Juk voor.
"ça va?"
"Oui ça va."
"Et vous?"
a va"
"Kent hij mijn eau-de-vie", vroeg hij mij wijzend op Juk.
"Non" zei ik en daar ging hij om terug te keren met twee transparante flessen, voor een ieder een.
Ondertussen scheurde Sus door de tuin.
Maurice houdt van honden, zijn hond is vorig jaar overleden en hij wil weten wat voor ras dat nou is. Tja, dat weten wij zelf ook niet precies. Iets van een hazewind met nog wat. Maar ja, wat is nou een haas in het Frans? Konijn ken ik wel. Dus zeg ik tegen Maurice: "C'est un chien lapin de vent" (een konijnewindhond).
"Nee, dat ras ken ik niet, nooit van gehoord", zegt Maurice terwijl hij Sus na kijkt die een spurt trekt naar de muur om eventuele poesjes te verjagen.
"C'est un CGV, chien grande vitesse" zegt Juk droog. Maurice schudt bedenkelijk. Voor hem een onbekend hollands merk.

zondag 7 februari 2010

Nog meer spoken!!!!

Gisteren was ik bij mijn vriend Didier en ik liet hem, niet zonder trots, het weblog zien. Bij het verhaal over de spoken keek hij me aan met een blik waaruit ik niets kon lezen.
"Ja, die spoken zitten er, die heb ik ook meegemaakt daar op zolder"
"Ah Didier, dat meen je niet. Je zit me voor de gek te houden." Ik probeer spot in zijn ogen te lezen maar ik zie het niet. Didier kan echter verschrikkelijk goed liegen. Zo speelde hij eens in en supermarkt bij de kassa dat hij kwaad op me was omdat ik iets niet mocht kopen van hem en hij deed dat zo geloofwaardig dat de cassiere overtuigd was en ik sterk ging twijfelen.
"Nee, echt Hent, ze waren er. Toen ik bij je logeerde was op een gegeven moment 's ochtends het raam open terwijl ik zeker wist dat ik het had gesloten. En mijn spullen op de kamer werden steeds verplaatst. Die spoken zitten er, zeker weten."
Ik weet niet wat ik er van moet denken. Ik denk dat hij me een loer draait.

vrijdag 5 februari 2010

De eerste feestdagen in Belmont

mooi winterlicht

De dagen rond kerst en oud en nieuw ontvingen we ons eerste Nederlandse bezoek. Hoe zouden zij het vinden? Dat primitieve, de kou? Hans, Ed en Alike, Frank en Marcel waren onder de indruk. In ieder geval zeiden ze dat. En ik was trots.
Met Ed, als landschapsarchitect toch een soort tuinman, maakte ik een begin met het snoeien van de oude verwaarloosde appel- en perenbomen.

Ed laat zien hoe het moet


enkele bomen zijn hoog

Bij sommige bomen moest ik echt een flink eind klauteren om bij de takken te komen die ik wilde verwijderen. Ook al was ik nog zo voorzichtig, misschien denk ik altijd dat ik voorzichtig doe maar is dat in werkelijkheid niet zo, op een gegeven moment schoot mijn schoen van een glibberige tak en kon ik mijn rechterarm arm nog net om een flinke tak haken. Zo bengelde ik een meter of vier boven de grond. Terwijl ik steun zocht voor mijn voeten om me uit deze positie te bevrijden keek ik in de richting van het huis of ik Liesbeth ergens zag. Deze actie zou haar de stuipen op het lijf jagen en haar gedachten over mij als brokkenpiloot bevestigen. Gelukkig was zij in geen velden of wegen te bekennen en kon ik mij trillend in veiligheid brengen. De uren die volgden was ik meer op mijn hoede.

Met kerst bezochten we om tien uur 's avonds de nachtmis in de veel te grote koude kerk in het dorp op honderdvijftig meter van ons huis. We wilden alles meemaken, zien wie de nachtmis bezoekt, hoe het hier toe gaat. We hadden al van onze buurman begrepen dat hij in ieder geval niet zou gaan. Hij maakte niet de indruk veel interesse te hebben in deze kerstdienst.
Er waren ongeveer honderd mensen op de mis afgekomen. Opvallend was de weinig feestelijke kleding die de mensen droegen en het tempo waarin de mis er doorheen werd gejaagd. Alsof de geestelijke die de mis leidde, hij zong overigens verschrikkelijk vals, nog in enkele andere dorpen ook een nachtmis te verzorgen had. Na vijfendertig minuten stonden we weer buiten. Niet erg overigens want we waren verkleumd, verlangden naar onze warme kachel.

Met oud en nieuw was het stil, heel stil in het dorp. Je hoorde helemaal niks, hier en daar flikkerden tv-licht door de gesloten luiken. Veel bewoners waren bij vrienden. Kerst vier je hier met de familie en oud en nieuw met vrienden. Wij hadden ook vrienden op bezoek.
Nederlanders hebben om 24.00 uur een onweerstaanbare drang om naar buiten te gaan, mensen te groeten, te kijken wat er gebeurt. Toen wij buiten stonden gebeurde er helemaal niets. Ik was echter voorbereid op deze situatie.
In 2006 waren Liesbeth en ik toevallig in Porto op de dag van het feest van São João. 's Avonds werden in de hele stad honderden/duizenden papieren hete luchtballonnen opgelaten. Een prachtig gezicht. Onder de ballon hing een bakje met parafine (niet goed te zien op de foto) wat werd aangestoken en dat verwarmde de lucht in de ballon. Als deze warm genoeg was steeg de ballon vanzelf op. Boven de huizen en straten van Porto waren overal keurrijke lichtjes te zien. Sommige stegen tot flinke hoogte op. Als de parafine op was doofde de vlam, koelde de lucht in de ballon en langzaam daalde deze dan om ergens neer te storten. Het was een prachtig gezicht.

Daarnaast liepen de mensen door de straten om elkaar met plastic hamers op de kop te meppen. Bij elke klap piepte de hamer. Omdat ik kaal en behoorlijk wat langer ben dan de gemiddelde Portugees was mijn hoofd een dankbaar object om flink op te rammen. Liesbeth en ik kochten bij en kraam ook een hamer en vermaakten ons door zo her en der klappen uit te delen.

Het was een vreemd maar uiterst vermakelijk feest. We waren onder de indruk van de prachtige luchtballonnen en hebben de volgende dag de hele stad uitgekamd om ballonnen te vinden. Dat viel nog niet mee. Zoiets als op 2 januari in Nederland op zoek gaan naar vuurwerk. Uiteindelijk vonden we een winkeltje die ergens achter nog een aantal ballonnen had en ik kocht de hele voorraad. Die ballonnen had ik meegenomen naar Frankrijk en ik besloot de grootste, ongeveer een meter in doorsnee bij goed weer op te laten tijdens onze eerste nieuwjaarsnacht in Belmont. Het was nagenoeg windstil en op een open plek achter in de boomgaard staken we de parafine in het bakje onder aan de ballon aan. Het duurde wel een aantal minuten voordat de lucht in de ballon warm genoeg was om het geheel te laten stijgen. Ik tilde de ballon op en heel langzaam ging hij omhoog. Een prachtige oranjegele bal steeg op uit onze tuin. Er was schijnbaar weinig wind nodig om de ballon een bepaalde richting te geven want er was geen sprake van een mooi verticaal stijgen. De ballon dreef heel rustig, stil, in de richting van HET HUIS. Tergend langzaam nam de hoogte toe en de richting was echt heel duidelijk recht op het huis af. Met zijn vieren keken we gespannen toe. Ingrijpen kon niet, we konden er niet meer bij. Ik zag de ballon al tegen het dak komen, het huis afbranden, de krantenkoppen. Onze eerste vakantie in ons tweede huis was meteen de laatste. Ik stond de ballon ongeveer omhoog te schreeuwen.
Het ging net, maar dan ook net goed. Tussen de daklijst van het huis en de ballon zat niet meer dan 40 cm. We haalden opgelucht adem en keken de ballon na.
"Jezus, dat doen we nooit meer." stamelde Liesbeth, "Wat een dom plan."
"Ik dacht dat het windstil was."excuseerde ik me.
"Jij moet niet denken." beet ze me toe.
Uiteindelijk werd het toch nog gezellig.

Geschiedenis 3

1906

In het fotoboek troffen we ook twee oude ansichtkaarten van Belmont. Op een daarvan staat een poststempel uit 1906. Zie hierboven. Daarop is ons huis nog niet te zien. Ik heb een pijl gezet op de plek waar het huis zou moeten zijn. Op de andere, hieronder staat een stempel uit 1926. Hierop staat ons huis, jeetje wat was het nog mooi helder gepleisterd, wel.

1926

dinsdag 2 februari 2010

Geschiedenis 2





Van Ineke kreeg ik een fotoboek te leen waarin een door Rody opgetekent verhaal staat over de geschiedenis van ons huis .

" Naar verluidt werd "La Vigne" gebouwd in het eerste decennium van de twintigste eeuw door een Argentijn, of een fransman die veel met Argentinie op had, dat is niet helemnaal duidelijk. Het exacte jaartal is vooralsnog niet te achterhalen. "la Vigne", de oorspronkelijke naam van het goed, die wij weer in ere hebben hersteld, werd geconstrueerd als een gewoon Bourgondisch huis, maar er werd, kennelijk op verzoek van de opdrachtgever, een voorgevel van Roannese baksteen tegen aan geplakt met pilaren, torens en een balcon, dat zich uitstrekte over de gehele voorgevel, zodat het geheel een Zuid-Amerikaans tintje kreeg. Toen wij het huis in 1989 kochten waren de torens em het balcon in verregaande staat van verval en stonden min of meer op instorten. Wij zagen ons genoodzaakt het huis te laten restaureren en te verbouwen. In het dorp wordt het pand "le petit chateau" genoemd. Dit als tegenhanger van het echte chateau, het gebouw dat nu als marie dienst doet. Wat de vroegere bewwoners betreft, daarover is niet al te veel bekend. Behalve de Argentijn heeft er in ieder geval voor de oorlog ene docteur Brechard praktijk gehad. Van hem gaat nhet verhaal dat hij in een dronken bui zijn auto niet goed op de rem had gezet op het hellende pad voor de garage en dat het voertuig in een onbewaakt ogenblik met zijn wielen pardoes over de muur is geslagen. In '40-'45 was 'la Vigne" een toevluchtsoord voor Poolse vluchtelingen. Of het toen al in handen was van de oom en tante van Mr Valentin uit Thizy is ons niet bekend. dit echtpaar had het als "Maison secondaire" en heeft het later vermaakt aan Mr. Valentin, die de bovenverdieping verhuurde. Wegens echtscheiding en ander ongemak was hij genoopt het familiebezit te verkopen. Toen wij, na een vreselijk noodweer in de pyreneeen, waar we kampeerden waren weggevlucht, belandden we in deze streek. In een "logis de France" ondervonden we dat de culinaire kunst hier niet voor niets hoog staat aangeschreven> Dat was een van de redenen dat we het plan opvatten in deze regio op huizenjacht te gaan. Toen we op dit prachtige verwaarloosde perceel stuitten, stond het al enige jaren leeg. In de boomgaard schijnen bronnen te zitten, maar hoe dat precies zit is nog niet helemaal duidelijk. Wichelroedelopers zijn dus van harte welkom"

Maar wat te denken aan de foto uit 1940 die we aantroffen in het fotoboek? Het is afkomstig uit een album van Yvette, de nu tachtig jarige overbuurvrouw die het grootste deel van haar leven in deze straat woont. Fam. Collard et Delporte de Loraine staat er bij die foto geschreven. Zijn dit gasten? Hebben zij het huis gehuurd? Zou dit de groep gevluchte mensen zijn?
Dus toch geen Polen maar twee gezinnen uit de Lorraine. Het zou kunnen want in 1940 brak de oorlog uit en werd Lorraine door de Duitsers geannexeerd en pas weer na de oorlog werd het weer aan Frankrijk teruggegeven.


Fam. Collard et Delporte

Waren de spookstemmen die ik hoorde in mijn dronken nacht op zolder afkomstig van deze mensen? Ik denk het. Ik weet het zeker denk ik.

dinsdag 26 januari 2010

Storingen en ander ongemak

muis 1

We waren door Ineke al gewaarschuwd. In de herfst en de winter komen de muizen op de warmte en het eten in huis af. In de cave, een tientallen jaren na de bouw van het huis aan de Noordwestzijde tegen het pand geplakte pijpenla, waar het in de zomer zo lekker koel blijft, lagen diverse gebruikte muizenvallen. Nadat ik bij een bezoek aan de cave wegschietende muizen dacht te horen besloot ik de vallen eens te gaan uitproberen. Nog geen half uur nadat ik een stukje kaas had bevestigd aan een aftandse val hoorde ik vanuit de keuken een klap en had ik al beet. De dagen daarna roeide ik een hele muizenfamilie uit en werd het rustig, bleven de vallen leeg ondanks heerlijk ruikende franse kaas.

muis 7

In de tuin en boomgaard speurde Sus op haar manier naar muizen. Met de neus over de grond sloop ze rond. Als ze dacht wat gevonden te hebben begon ze driftig te graven ondertussen regelmatig met haar neus in het gat om te onderzoeken of ze wel goed zat. Menig muizennest groef ze uit. Iets dat ik nou niet zo prettig vond want er ontstonden overal gaten en bulten. Ik wilde graag een beetje egaal gras en voorzag vastlopende grasmaaiers, verstuikte enkels. Maar Sus is een hele dominante hond en luistert slechts als je naast haar staat. Opdrachten, verboden worden snel vergeten. Het instinct wint het.

Sus met uitgegraven muis voor zich

In huis viel met regelmaat de stroom uit. Voor de koop had ik al gezien dat het elektra nodig moest worden vervangen. Door houten profieltjes liep linnen bedrading en hoog tegen de muur zaten raar soort porcelijnen smeltzekeringen. Op sommige plekken aan elkaar geknutselde, geprutste snoerzooi.
De hoofdzekering sloeg met regelmaat door alsof er kortsluiting was en op een ander moment kon een gedeelte van het huis plotsklaps zonder stroom zitten wat zich zonder aanleiding ook weer kon herstellen. Wat de hoofdzekering betreft ontdekten we dat dat gebeurde als we enkele apparaten tegelijkertijd gebruikten. (goedkoop abonnement, weinig vermogen). Als we niet te veel elektrische apparaten tegelijkertijd aan zetten ging dat goed. Maar het zo maar uitvallen van stroom in een gedeelte van het huis was raar. Het aanpassen van het elektra zou prioriteit krijgen bij de te plannen klussen. Ik maakte foto's van de elektrische installatie zodat ik, weer thuis, elektra-les bij mijn zwager en handige vrienden kon nemen.

de electrische installatie

De grote Godinkachel in de zitkamer brandde slecht en de rook werd nogal eens de kamer in geblazen. "Als de wind verkeerd staat wil hij wel eens wat walmen." zei Rody bij de overdrachtrondleiding. Walmen was een wat voorzichtig woord. De kamer was soms niet te gebruiken. Het was mistig, de ogen traanden en dan moest de buitendeur open om te luchten.

En verder ging het volgens mij wel. Nou ja, er was natuurlijk de kou. Wintersportweer kwam er in mij op toen ik het weer beschreef aan mijn broer die nieuwsgierig belde.
"Overdag als de zon schijnt is het prachtig, kun je veel buiten zijn en zelfs uit de wind in de zon lunchen. Maar als de zon onder gaat dan koelt het snel af en gaat het behoorlijk vriezen. Dan moet je naar de kachel of als de wind verkeerd staat naar de open haard in de andere kamer."

Sus voor de haard

Toen ik aan kwam dacht ik dat ik maar drie dagen zou blijven maar ik paste me aan de omstandigheden aan. Veel lagen kleding over elkaar, thermo-ondergoed, een muts op. Ik ontwikkelde nieuwe routine. 's Ochtends na zes keer aftellen sprong ik uit bed, hees me snel in mijn klerenmassa, krabde een ijsbloem van het raam om te kijken wat het weer deed buiten, stak de door ons bij de Castorama gekochte gaskachel in de keuken aan en vertrok met Sus voor een rondje dorp. Langs het paard die, tot woedende jaloezie van Sus, een stuk overgebleven oud brood kreeg, naar de tabak voor le Progres (de krant) en dan door naar de bakker voor brood en croissants. Weer 'thuis' was de keuken wat opgewarmd, Lies al uit bed, de thee klaar. Met een kussentje onder de billen als hulp tegen de de koude stoelzitting ontcijferden we de krant met een bijzondere belangstelling voor het plaatselijke nieuws, luisterden naar een krakende wereldomroep voor de buitenlandse weersvooruitzichten op een aftandse transistorradio, dronken koffie met opgeklopte melk uit een oude SEB koffiepergolator, en maakten plannen voor de dag ofwel: "Waar gaan we vandaag wandelen?"
Overdag waren we buiten, genoten van het prachtige weer en verkenden de omgeving. Als de zon onder ging waren wij weer binnen bij kachel of open haard en maakte Lies de meest zalige maaltijden uit Franse kookboeken.
Douchen deed ik aan het eind van de middag. Daartoe moest ik me altijd even voor oppeppen. In de ijskoude doucheruimte stond een vooroorlogse bijzetgaskachel nog van de moeder van Ineke geweest. Die reed ik richting douchecabine. Ik stak hem aan en liet de warme kraan van de douche een tijdje lopen totdat de damp boven de cabine uit steeg. Dan razendsnel uitkleden en bibberend onder het miezerige straaltje langzaam ontspannen. In de winter hoeft de koude kraan niet worden opengedraaid, dan levert het keukengeisertje dat, zonder rookgasafvoer, in de badkamer hangt net genoeg warm water om het tijdens het douchen niet koud te krijgen. En terwijl ik me onder het miezerige straaltje haastig stond in te zepen luisterde ik gespannen of de geiser niet uit zou gaan ten teken dat het gas op was want dat kondigde de komst van ijskoud water aan. Klaar met douchen, voor het kacheltje snel afdrogen en aankleden en naar beneden voor glühwein (gloeisaus volgens vriend Juk) of een glas eau de vie van Maurice de buurman.

de douchecabine

dinsdag 19 januari 2010

De overdracht

niet mijn geld overigens

Een raar idee om een groot bedrag over te maken naar een onbekende notaris in Frankrijk maar zo gaat dat. Voor het tekenen van de koopacte moet het geld zijn overgemaakt naar een rekening van de notaris. Dan moet je maar vertrouwen dat het goed komt. En vertrouwen is niet mijn beste kant. Zo ver als bij wijlen mijn schoonvader: "Vertrouwen is goed, wantrouwen is beter" gaat het bij mij niet maar echt op mijn gemak was ik niet toen ik met een paar muisklikken de overwaarde van mijn verkochte huis naar Frankrijk stuurde. Ik troostte me met de gedachte dat het maar overwaarde was, dat ik niets voor dat geld had hoeven doen, althans niet hard had hoeven werken. Dus stel dat dit alles fake is ben ik slechts kwijt waarvoor ik toch niets heb hoeven doen.

Met Liesbeth had ik afgesproken dat zij met Ineke en Rody zou onderhandelen over de spullen omdat het de bedoeling was om het huis met de gehele inventaris over te nemen. Ineke en Rody zouden slechts enkele dingen mee nemen. Voor ons was het prettig als ze alles lieten staan omdat we dan konden starten met een ingericht huis. De smaak van Ineke past bij wat wij leuk vinden en voor Ineke en Rody was het prettig dat zij niet een heel huis hoefden te ontruimen. Niet dat het nou zo veel voorstelde de inventaris, veel meubels waren in niet al te beste staat, gekregen in de buurt of gekocht op de rommelmarkt. "Meuk." zou mijn vader zeggen.
Maar de sfeer was goed en het oog wil ook wat. En de houtworm, losse houtverbindingen, gammelle stoeltjes had ik bij mijn inspectietocht over het hoofd gezien. Ik was volledig gefocused op het huis en hield me niet bezig met wat er in stond.

keukenklok

"De keukenklok moet blijven hangen." instrueerde ik Liesbeth. "Die vind ik mooi. Die hoort daar. En verder laat ik het aan jou over."
Rody ging na een korte aarzeling akkoord met "Hij loopt toch niet."

Wij reisden op 15 december voor een vakantie van drie weken af naar Belmont want 17 december 2007 was de grote dag. Op die dag zou bij de notaris de koopacte worden getekend. Rody en Ineke waren al een aantal dagen ter plekke en zouden na het tekenen van de acte naar Nederland terug keren.

de omgeving

Toen we 's avonds aankwamen was het verschrikkelijk koud in Belmont. Dit was een andere sfeer dan ik had meegemaakt in de zomermaanden. Geen blad aan de bomen, sneeuw en en beetje mist. In huis was het verre van aangenaam. Alleen in de woonkamer werd gestookt. Voor de schouw brandde een beetje walmende grote Godin.

De Godin

In de rest van het huis was het ijskoud en mijn adem vormde in bijna elke ruimte wolken ijskristallen. Op zolder waar ons bed zich bevond, onder het niet geisoleerde leien dak was het net zo koud als buiten. Op de ramen zaten ijsbloemen. Dat had ik sinds mijn kindertijd toen ik met mijn ouders in een oude vervallen boerderij woonde niet meer meegemaakt. Ik herinnerde me mijn kinderlijke verbazing over dit fenomeen.

Ijsbloemen en nepexemplaren

Op bed lag een hele stapel dekbedden en een electrische deken zorgde er voor dat we in ieder geval bij het in bed stappen niet bevroren. De badkamer was een vriescel, de handdoeken hingen stijf bevroren aan het droogrekje. In mijn op nederlandse centrale verwarming ingestelde kleding rilde ik van de kou en ik bedacht me dat ik dit echt geen drie weken vol ging houden. "Als het zo koud blijft ga ik na drie dagen naar huis." dacht ik maar ik zei niks.

De feitelijke overdracht was snel bekeken maar niet zonder emoties. Rody vond het moeilijk om afscheid te nemen van zijn huis en zijn dorp. Ineke had in de afgelopen zomer al afscheid genomen en toonde zich onaangedaan. En ik was zenuwachtig en toch in twijfel. Waar begin ik aan? Lies verschool zich achter de camera en was ook zenuwachtig hoorde ik later. Zij was bang dat ik me op het allerlaatste moment terug zou trekken, iets wat ik bij het tekenen van het voorlopig koopcontract ook bijna had gedaan.

mijn handtekening

Na een eindeloze reeks handtekeningen, een formele handdruk van de notaris was het huis van mij. Ineke en Rody vertrokken direct na het gedoe bij de notaris naar Nederland. Een kopje koffie kon niet meer want in het hele dorp was op maandag alles gesloten.
Terug bij ons huis hebben we de kachel eens goed volgegooid en met een lekkere kop koffie het feit dat het huis nou toch echt van ons was tot ons door laten dringen.
Het was ijskoud maar strakblauw. Tussen de middag konden we in de zon, uit de wind op het bordes lunchen en het prachtige dal inkijken.

lunchen op het bordes

's middags wandelden we in de bossen buiten het dorp op de berg in de sneeuw. Prachtig. Sus amuseerde zich prima, was een enkele keer erg lang weg, op een spoor van een wild zwijn of een ree.


maandag 18 januari 2010

Bellimont

Belmont met in de cirkel het hoge huis met het zwarte leien dak

De weken na de technische keuring met Juk kon ik niet geloven dat het nu toch echt ging gebeuren. Als er geen gekke dingen boven tafel zouden komen werd ik over een paar maanden eigenaar van een huis in Frankrijk. In een weekend in september reed ik vanuit Amsterdam naar mijn ouders in Brabant om het hen te vertellen.
"Ik heb een huis gekocht." zei ik onder het genot van een kop koffie.
"O, in Amsterdam?" vroeg mijn moeder.
"Nee in Belmont,"
Mijn moeder kijkt me verbaasd aan. "In Helmond? Mar ik dagt dè ge nie mir deze kant op wou komme. Dè ge vurlopig in Amsterdam wout blieve."
"Wa zei-tie?" roept mijn dove vader van de bank en voordat ik wat kan zeggen schreeuwt mijn moeder: " Hij git un hois kope in Hellimond."
"Wa? In Hellimond. Wa moete gai in Hellimond?" Hij laat zijn krant zakken.
" Nee, gin Hellimond mar Bellimont." schreeuw ik.
"Bellimont, nooit van geheurt. War li dè?"
"In Frankrijk."
"In Frankrijk? Wa moeteun hois in Frankrijk? Het moet nie gekker worre." Mijn vader schudt het hoofd. "Jonge, jonge kiekt toch oit." (Die scheiterigheid heb ik niet van vreemden.)

Sinds dat moment spreken wij niet meer over Belmont maar hebben het altijd over Bellimont.

zondag 17 januari 2010

Technisch rapport

envelop van notaris

Bij de koop van een huis in Frankrijk hoort een technisch rapport. Rody en Ineke hadden een bedrijf ingehuurd dat onderzoek deed naar de aanwezigheid van lood, asbest, en naar het verwachte energieverbruik en isolatie van het pand. In sommige risicogebieden hoort ook onderzoek naar termieten. De uitkomsten die ik kreeg toegestuurd in een dikke bruine envelop met veel postzegels waren niet mals. Alle verf die in het huis gebruikt is is loodhoudend. We kregen eindeloze lijsten met de per kamer aangetroffen loodhoudende verf. Asbest werd slechts geconstateerd bij 1 afvoerpijp. Het energierapport was dramatisch. Van de categorie A tot en met G scoorde dit huis G en dan nog hoog in G. (790 kWh/m2.an).

energierapport

Ik ben met het hele rapport en het voorlopig koopcontract bij een Franse vriend op bezoek geweest die werkt als vertaler om met hem de ambtelijke taal te doorgronden en eventuele adders onder het gras te ontrafelen. Ik ben nogal scheiterig en achterdochtig. Ga er bij voorbaat van uit dat ik word opgelicht.
Toen het er op leek dat er geen adders onder het gras zaten heb ik uiteindelijk de knoop doorgehakt en besloten over te gaan tot de koop.

Spoken!!!


Juk en ik hebben heerlijk gegeten in een restaurant in Belleroche, een kilometer of zes van Belmont. Daarbij hebben we de nodige glazen wijn gedronken. Onderweg naar huis stoppen we even in het donkere bos om te genieten van een geweldige sterrenhemel. Thuis drinken we nog een glaasje bier als afzakker in de tuin bij het huis bij een klein kampvuurtje. Ik ben een beetje beneveld als ik op zolder in bed rol. Van de wijn, een opkomende griep, twijfels rond de mogelijke aankoop kan ik de slaap niet goed vatten. Ik dommel wat, ben veel wakker en luister naar de ongelooflijke stilte welke mij steeds weer verbaasd.
Op een gegeven moment hoor ik in de oorverdovende stilte die er in het dorp en het huis hangt, stemmen in de verte. Ik richt me wat op om me beter op die stemmen te concentreren. Waar komt het vandaan? Wat is er aan de hand? Ik ga rechtop in mijn bed zitten, het is pikdonker. Door het raam valt slechts een klein streepje licht vanuit het dorp. Verbijsterd ben ik als ik besef dat die stemmen niet van buiten komen maar dat het in de buurt, sterker nog ze bij het huis horen. Ik probeer me te realiseren wat ik hoor. Ik hoor leven, een aantal mensen die converseren, lopen. Dat moet ik niet hebben, een huis met spoken, denk ik. Maar dan besef ik dat er geen enkele bedreiging uit gaat van dit leven. Ik ben deelgenoot van iets wat zich ooit in dit huis heeft afgespeeld. Een wonende familie? De gevluchte Polen? Ik kan van het geroezemoes geen taal maken maar de sfeer is volledig vreedzaam.
Weer thuis vertel ik het alcohol spookverhaal smeuïg aan Liesbeth.
"Weet jij dat er geesten in het huis zijn?"
"Hoezo?" Ze kijkt me met grote ogen aan.
"Ik heb ze gehoord, dit weekend, op zolder, toen ik een beetje teut te bed lag en niet goed kon slapen." vertel ik met een lach. Ik ben te nuchter om te geloven in spoken, wijt het aan de drank. maar vind het wel een mooi verhaal.
"Weet je dat ik dat ook heb met dat huis?" zegt Lies serieus. "Ik heb al vaker dingen gehoord. Vertel er maar niks over want dat wordt toch niet serieus genomen. Maar het is een vreemd huis."

Technische controle

uitzicht uit slaapkamerraam

In augustus 2007 reisde ik met vriend Juk, gepast in een oude Citroen CX, een weekend heen en weer naar het huis in Belmont voor een technische inspectie.
"Komt nooit af." was zijn eerste bemoedigende opmerking toen hij een rondje door het huis had gemaakt. "Constructief niet zo veel mis mee maar je kan zien dat hier nooit wat aan gedaan is. Dat is aan de ene kant mooi omdat daarmee alle orginele details bewaard zijn gebleven maar aan de andere kant is er heel veel werk te verzetten om het aan te passen aan de eisen van deze tijd. Maar och, het is een vakantiehuis toch? Dan stel je toch andere eisen!"
Tja wat moet je daar dan mee. Het stelde me gerust dat het huis in een bouwtechnisch redelijk goede staat verkeerde en ook zijn opmerking dat het nooit af zou komen in combinatie met dat dat ook niet nodig is voor een vakantiehuis stelde me op mijn gemak. Het hoeft ook niet perfect te zijn hield ik me voor. Als het maar niet in stort, alles een beetje werkt en we er met plezier konden verblijven was ik tevreden. Instorten zou het volgens Juk niet doen dus ............

Geschiedenis

het huis vroeger

Zo zag het pand er uit toen Ineke en Rody het kochten rond 1990. Het is rond 1906 gebouwd door een Argentijn die getrouwd was met een Française. Het werd een 'petite chateau' (klein kasteel) genoemd. Bij die benaming kunnen we ons wel iets voorstellen met die protssierlijke torens met kantelen. Wij denken dat we Spaanse of Zuidamerikaanse invloeden terug zien in het huis. We vinden het niet typisch frans hoewel we in de omgeving huizen zien die gelijkenis vertonen. Hoe lang zij er gewoond hebben is onduidelijk. In de tweede wereldoorlog hebben er tijdelijk mensen gewoond. Volgens Ineke waren het gevluchte Polen maar volgens de buren was dat niet zo, waren het Fransen uit een ander gedeelte van het land. Na de oorlog is het huis in bezit van een meneer Valentin die elders (Roanne) woonde. Hij gebruikte het lange tijd als vakantiehuis. In de jaren tachtig van de vorige eeuw woonde op de eerste verdieping en de zolder een familie die nu in een modern chalet tegenover ons wonen. Na het overlijden van de arts in 1978 erfde zijn neef het die het niet gebruikte. Volgens het verhaal wilden de huurders van de eerste verdieping en de zolder het huis graag kopen maar lukte het niet overeenstemming te bereiken met de eigenaar en besloten zij een nieuw huis te bouwen aan de overzijde. Na een aantal jaren van leegstand is het gekocht door Ineke en Rody die op zoek naar een Franse vakantiewoning door het dorp kwamen en vielen voor dit vreemde spookhuis. Een aantal jaren na hun aankoop lieten zij het bovenste deel van de torentjes en de ballustrade weghalen omdat die helemaal rot waren, water via de verrotte ijzeren balken binnen kwam en muren en plafonds aantastten. Rody en Ineke hebben verder een bijna omvallende schoorsteen van het dak laten verwijderen. In huis hebben zij echter niet veel gedaan. Ze plaatsten een soort douchecabine in de tot doucheruimte bestemde kamer, en hielden vooral de tuin en boomgaard bij.


wc stuk

waterpomp in de cave

kapot stucwerk

zaterdag 16 januari 2010

Slapeloze nachten

de tuin en boomgaard

Omdat ik naar Amsterdam was verhuisd om met Liesbeth samen te wonen had ik mijn huis in Arnhem verkocht en van de overwaarde kon ik me dit franse huis veroorloven. Liesbeth en ik hadden in Amsterdam rondgekeken op zoek naar een huis, maar iets kopen was voor ons onmogelijk. Wat we ons konden veroorloven was altijd minder dan wat wij huurden.


uitzicht op achterburen

Hoe langer ik in Belmont bleef, hoe meer foto's ik maakte. Ik liet me langzaam betoveren. Toen Ineke ook nog wat in prijs zakte heb ik na nachtelijk beraad op zolder met Liesbeth de knoop doorgehakt. Mits bouwtechnisch in orde besloot ik het huis te kopen.

kijkje in het dal


Foto's maken voor Marktplaats

shet huis

In 1999 was ik met Liesbeth op vakantie in Frankrijk, we maakten een trektocht met de tent door het zuiden en we bezochten even Ineke. Ineke is een vriendin van de moeder van Liesbeth en zij bezat een huis in het midden van Frankrijk in de buurt van Roanne. We konden slechts kort bij Ineke blijven want zij had al veel bezoek. We dronken een kopje koffie en vertrokken weer. Ik kon me later niet zo veel meer herinneren van de plek maar wel dat ik onder de indruk was van de sfeer van het huis en de tuin.
Toen ik Ineke later, terug in Nederland, op een feestje sprak zei ik in stoere alcoholovermoed: "Als je ooit besluit het huis te verkopen moet je me even een sein geven. Ik ben wellicht geïnteresseerd."
Hoe ik er bij kwam weet ik niet, mij ontbrak het aan geld en ook tijd om iets in Frankrijk te bezitten.
Jaren later in de winter van 2006/2007 vertelde Ineke aan Liesbeth dat zij besloten had haar Franse huis te verkopen en dat zij een makelaar uit de regio had ingeschakeld. Even was ik in twijfel maar het was me te vroeg. Ik kon nog lang niet met pensioen, had geen tijd en daarnaast ben ik geen ondernemend type. Ondanks een in mijn ogen redelijke vraagprijs besloot ik er van af te zien. Lekker rustig.

Enkele maanden later: juni 2007.
Lies had een nieuwe baan en moest haar resterende vakantiedagen opmaken. Ineke was voor langere tijd afgereisd naar haar franse huis en nodigde ons uit om haar in Frankrijk te bezoeken.
"Laten we dat maar doen," zei ik tegen Lies, "dat geeft ons mooi de gelegenheid nog even naar het huis te kijken."
Ook al had ik besloten het niet te kopen, het idee dat het huis te koop stond liet me niet los. Had er geen duidelijk beeld meer van maar het enthousiasme van Liesbeth zorgde er voor dat er toch iets bij mij broeide.
Bij aankomst in Belmont de la Loire, voor ons Bellimont waarvan de uitleg later volgt, was ik onder de indruk van de sfeer. Het huis vond ik onfrans, een beetje een spookhuis, Pippi Langkous. Heel sfeervol met drie meter vijftig hoge plafonds, oude paneeldeuren, open haarden en nog een waterhandpomp in de cave, orgineel behang in de blauwe kamer. Na een korte rondleiding verdween het beetje twijfel dat ik had m.b.t. een eventuele koop.

het bordes

de toegangspoort

de blauwe kamer

de trap naar het bordes

slaapkamer

slaapkamer

voorkant van het huis

de hal

Het pand was in geen vijftig jaar geschilderd, het stucwerk kwam van de muren, in de gestucte plafonds zaten grote scheuren en waren stukken naar beneden gevallen. Het elektra was uit 1910 en gevaarlijk, verzakte vloer, klemmende deuren, nauwelijks sanitair, het dak van de aanbouw vertoonde rare verzakkingen.
Voor klussers een mooi concept maar voor mij als bijna leek een te grote uitdaging.

We bleven een aantal dagen, genoten van het huis, de omgeving. Ik maakte eindeloos foto's met als doel om weer in Nederland, het huis voor Ineke op internet te adverteren. Het geheel had sfeer, het gekke huis, de tuin met boomgaard, het dorp en de glooiende groene omgeving, het voelde goed. Heerlijk om in te toeven. De stilte was overweldigend. Ik lag halve nachten wakker en langzaam begon ik te twijfelen.